koka

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Lets

Zelfstandig naamwoord

koka v

  1. coca
Verbuiging


Noors

Woordafbreking
  • ko·ka
Naar frequentie > 50000

Zelfstandig naamwoord

koka, mv

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van kok (maar betekenis [C])
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

koka, v

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van koke
Schrijfwijzen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ka
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord van het Nynorske werkwoord koke.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud koka
o enkelvoud koka
meervoud koka
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
koka

Bijvoeglijk naamwoord

koka

  1. (kookkunst) gekookt
Schrijfwijzen

Werkwoord

koka

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast koke, zie aldaar

koka

  1. verleden tijd van koka
  2. voltooid deelwoord van koka
Schrijfwijzen

koka

  1. gebiedende wijs van koka
Schrijfwijzen

Werkwoord

koka

  1. verleden tijd van koke
  2. voltooid deelwoord van koke
Schrijfwijzen

koka

  1. gebiedende wijs van koke
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

koka,

  1. bepaalde vorm nominatief meervoud van kok

Zelfstandig naamwoord

koka

  1. verouderde spelling of vorm van koke tot 2012
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van koke, v


Pools

Zelfstandig naamwoord

koka v

  1. (plantkunde) coca

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ka

Zelfstandig naamwoord

koka v

  1. (plantkunde) coca
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Meer informatie

Verwijzingen


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • ko·ka
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
koka
kokade
kokat
volledig

Werkwoord

koka

  1. koken