Naar inhoud springen

koka

Uit WikiWoordenboek

koka v

  1. coca



  • koka
Naar frequentie 147741

[C]: koka

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van kok

koka

  1. nominatief bepaald vrouwelijk enkelvoud van koke


  • koka
  • Bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord van Nynorsk:  koke ww 
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud koka - - - - - -
o enkelvoud koka
meervoud koka
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
koka - - - - - -

koka

  1. (kookkunst) gekookt

koka

  1. onbepaalde wijs, tweede vorm naast koke, zie aldaar

koka

  1. verleden tijd van koka
  2. voltooid deelwoord van koka

koka

  1. gebiedende wijs van koka

koka

  1. verleden tijd van koke
  2. voltooid deelwoord van koke

koka

  1. gebiedende wijs van koke

koka

  1. nominatief bepaald onzijdig enkelvoud van kok

koka

  1. verouderde spelling of vorm van koke tot 2012 [1]
(verouderd) onbepaalde vorm nominatief enkelvoud van koke, v


koka v

  1. (plantkunde) coca


  • ko·ka

koka v

  1. (plantkunde) coca
  1. Taalhervorming vanaf 1 augustus 2012:
    Ny rettskriving for 2000-talet
    Punt 3.1.4 Eintalsbøying av svake hokjønnsord (in het Nynorsk)


  • ko·ka
stamtijd
infinitief verleden
tijd
supinum
koka
kokade
kokat
volledig

koka

  1. koken