gekookt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·kookt
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
koken

gekookt

  1. voltooid deelwoord van koken
stellend
onverbogen gekookt
verbogen gekookte
partitief gekookts

Bijvoeglijk naamwoord

gekookt

  1. als voedsel verhit is geweest door kokend water
    • Wij eten vandaag gekookte aardappelen, morgen eten we gebakken aardappelen en in het weekend gefrituurde aardappelen. 

Gangbaarheid