aanknippen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aan·knip·pen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aanknippen
knipte aan
aangeknipt
zwak -t volledig

Werkwoord

aanknippen

  1. bij het knippen laten ontstaan als vorm die aan een groter geheel verbonden blijft[2]
    • Als je zelf een patroon getekend hebt, moet je altijd naadtoeslag aanknippen. [3]
  2. met tuimelschakelaar in werking stellen, aansteken (vooral gezegd van lampen)
    • Ik hoor iemand het licht aanknippen. [4]

Gangbaarheid

Verwijzingen