kers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kersen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kers
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Latijnse ceresia > ceresium, cerasium verder te herleiden tot het Oudgriekse κεράσιον, κέρᾰσος.
  • In de betekenis van ‘kruisbloemige plant, waterkers e.d.’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1170 [1]. In de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1].
enkelvoud meervoud
naamwoord kers kersen
verkleinwoord kersje kersjes

Zelfstandig naamwoord

kers v / m

  1. (plantkunde), (fruit) Prunus avium op Wikispecies Prunus cerasus op Wikispecies vrucht van de kersenboom
    • Een kers aan een steeltje. 
    • Er groeien kersen in de tuin. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De kers op de taart
Het detail dat het geheel perfect maakt
Spreekwoorden
  • Met grote heren[2] is het kwaad kersen eten.
Samenwerken met personen die veel machtiger zijn is niet voordelig of zelfs schadelijk
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord kers -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kers m

  1. (plantkunde) Prunus avium op Wikispecies Prunus cerasus op Wikispecies boom waaraan kersen groeien o.a. de voornoemde soorten.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. 1,0 1,1 "kers" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. De uitdrukking Met onwillige honden is het kwaad kersen eten komt ook voor, als verhaspeling van Met onwillige honden is het slecht hazen vangen
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be