wolfskers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wolfs·kers
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wolfskers -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

wolfskers v / m [2]

  1. (plantkunde) (medisch) Atropa belladonna op Wikispecies plant waarvan vooral de bessen zeer giftig zijn die echter in geringe dosering medische toepassingen heeft
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen