kerselaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kerselaren (1) in bloei.
Een plank van kerselaar (2).

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ker·se·laar
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van kers met het invoegsel -e- met het achtervoegsel -laar
enkelvoud meervoud
naamwoord kerselaar kerselaars
kerselaren
verkleinwoord kerselaartje kerselaartjes

Zelfstandig naamwoord

kerselaar m

  1. (België) (plantkunde) een boom uit het geslacht Prunus
  2. (België) het hout van een boom uit het geslacht Prunus
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

35 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie