kanarie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ka·na·rie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in 1554 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kanarie kanaries
verkleinwoord kanarietje kanarietjes

Zelfstandig naamwoord

kanarie m

  1. (dierkunde), (vogels) Serinus canaria op Wikispecies, een kleine zangvogel van het geslacht Serinus op Wikispecies, oorspronkelijk van de Canarische Eilanden
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen