imma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Gotisch

enkelvoud meervoud
mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig
nominatief is si ita eis ijos ija
accusatief ina ija ins
genitief is izos is ize izo ize
datief imma izai imma im

Persoonlijk voornaamwoord

imma

  1. (aan/voor) hem (datief mannelijk enkelvoud van de derde persoon)
  2. eraan/ervoor (datief onzijdig enkelvoud van de derde persoon)