Naar inhoud springen

hersenen

Uit WikiWoordenboek
1. De hersenen afgebeeld binnen de schedel in het hoofd.
  • her·se·nen
enkelvoud meervoud
naamwoord - hersenen
hersens
verkleinwoord - hersentjes

dehersenenmv

  1. (anatomie) waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
    • De chirurg voert een operatie op de hersenen uit. 
     Als het nodig was, zou hij de helft van zijn eigen hersenen doneren om mij in leven te houden.[4]
     'Hoe sta je daar tegenover?' 'Hoe ik ertegenover sta dat je mijn hersenen kapot gaat maken?' 'Bibi.[4]
     Van alle fietsslachtoffers vorig jaar had ongeveer de helft (49 procent) een botbreuk. Maar een fietsongeluk kan ook leiden tot licht hersenletsel (13 procent) of ernstige schade aan de hersenen of de schedel (4 procent).[5]
  2. (figuurlijk) denkvermogen, intelligentie
    • Veel hersenen heeft hij niet. 
     Alsof het slaaptekort dat deel van zijn hersenen uitschakelde dat zijn humane denken aanstuurde.[6]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[7]