hersenloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·sen·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hersenloos hersenlozer hersenloost
verbogen hersenloze hersenlozere hersenlooste
partitief hersenloos hersenlozers -

Bijvoeglijk naamwoord

hersenloos

  1. zonder hersenen
    • De jonge puber gedroeg zich als een hersenloze idioot toen hij ging spookrijden. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.