hersentumor

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·sen·tu·mor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hersentumor hersentumoren,
hersentumors
verkleinwoord hersentumortje hersentumortjes

Zelfstandig naamwoord

hersentumor m

  1. (medisch) gezwel van hersenweefsel
    • De man die plotseling gewelddadig werd, bleek een hersentumor te hebben. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie