hersens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·sens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - hersenen
hersens
verkleinwoord - hersentjes

Zelfstandig naamwoord

hersens mv

  1. (anatomie) waarnemend, aansturend, controlerend en informatieverwerkend orgaan in dieren
     Olifanten en walvissen hebben grotere hersens dan mensen, maar mensen zijn intelligenter.[3]
  2. vermogen om goed over dingen na te denken
     Ik hou wel van een vrouw met een beetje hersens.[4]
  3. (metonymisch) lichaamsdeel waar het brein in zit
     Wanneer het angstige dier in een hoek is gedreven, slaat een man met een stok zijn hersens in.[5]
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. hersens op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 8 november 2020 Weblink bron Dick Swaab “Brein per kilo” (17 januari 2009) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 8 november 2020 Weblink bron Sofiane Boussaadia geciteerd door Romy van der Poel & Kim Bos “‘Ik hou wel van een vrouw met een beetje hersens’” (11 augustus 2017) op nrc.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 8 november 2020 Weblink bron Alexander Weissink “Hersens ingeslagen, ongebluste kalk erover” (20 mei 2009) op nrc.nl
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be