onbeheerst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·be·heerst
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onbeheerst onbeheerster (onbeheerstst) *
verbogen onbeheerste onbeheerstere (onbeheerstste) *
partitief onbeheersts onbeheersters -

Bijvoeglijk naamwoord

onbeheerst

  1. zich zelf niet onder controle houdend, met teveel emotie
    • Trump is een van de weinige ­bekende buitenlanders die de Brexit hebben gesteund, maar nu flirt hij met de Franse president Emmanuel Macron in plaats van met premier May. Je hoort hem niet meer over de Brexit. Dat belet niet dat hij over ­andere onderwerpen nonsens blijft uitslaan. De man die we tijdens de campagne zagen, was een narcis­tische vrouwenhater, een onbeheerste, wispelturige bullebak. Na zijn verkiezing is hij geen haar veranderd. [1] 
    • Tragisch wat er met Zwagerman is gebeurd. "Och man, wat erg. Hij is de eerste dode om wie ik gehuild heb. Ik vond het zo'n geweldige kerel. Mede als gevolg van zijn dood heb ik nu een zelfmoord-ode in mijn nieuwe programma. Ik twijfel er nog steeds over. Misschien is het te emotioneel, te onbeheerst, maar ik beschrijf een zelfmoord van binnenuit. Ik ben een ervaringsdeskundige, zal ik maar zeggen. Nee, ik wil er verder niet over uitweiden. In de voorstelling past het, in de krant komen details te hard over." [2] 
    • Liefhebbers van stijlbloempjes treffen er bovendien deze omschrijving van Koekiemonster aan: ‘Deze impulsieve blauwe figuur met zijn grote ogen heeft een onbeheerste, assertieve en extraverte persoonlijkheid.’ Waarvan akte.[3] 
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest onbeheerst(e)" worden gebruikt.[4][5]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen