behandelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·han·de·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behandelen
behandelde
behandeld
zwak -d volledig
naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
behandeling behandelbaar
behandelaar onbehandelbaar
behandelde -
-

Werkwoord

behandelen

  1. overgankelijk verwerken
    Na een paar weken werd mijn aanvraag eindelijk behandeld.
  2. overgankelijk bespreken, spreken of schrijven over
    Het voorstel moest in de eerstvolgende vergadering worden behandeld.
  3. overgankelijk medisch verzorgen
    De kwaal werd nauwkeurig behandeld.
  4. op een bepaalde manier omgaan met een mens of een dier
    De chef behandelt zijn personeel heel goed.
    Het kind behandelt de hond heel liefdevol.
Uitdrukkingen en gezegden
  • [4]: iemand als een hond behandelen
iemand slecht behandelen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.