onderhandelen
Uiterlijk
- Geluid: onderhandelen (hulp, bestand)
- IPA: / ˌɔndərˈhɑndələ(n) / (5 lettergrepen)
naamwoord van handeling zelfstandig bijvoeglijk onderhandelen onderhandelend onderhandeling onderhandeld
- on·der·han·de·len
- samenstelling van onder bw en handelen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| onderhandelen |
onderhandelde |
onderhandeld |
| zwak -d | volledig | |
onderhandelen
- inergatief overleggen om tot een afspraak te komen
- De twee boeren waren aan het onderhandelen over de prijs van het kalf.
- Het woord onderhandelen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onderhandelen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %