gril

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: grill

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gril
enkelvoud meervoud
naamwoord gril grillen
verkleinwoord grilletje grilletjes

Zelfstandig naamwoord

gril

  1. m een onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
    • Ze kon bij die aanblik haar grillen nauwelijks de baas blijven. 
  2. v/m onredelijk en willekeurig gedrag
    • Ik heb genoeg van je grillen en kuren. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
grillen

gril

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
    • Ik gril. 
  2. gebiedende wijs van grillen
    • Gril! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van grillen
    • Gril je? 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.


Slowaaks

Zelfstandig naamwoord

gril m

  1. grill


Tsjechisch

Uitspraak
  • IPA: /ɡrɪl/
Woordafbreking
  • gril

Zelfstandig naamwoord

gril m onbezield

  1. grill
    «Máme plynový gril s lávovými kameny.»
    We hebben een gasgrill met lavastenen.
Verbuiging
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • elektrický gril m onbezield - elektrische grill
  • gril na dřevěné úhlí - een kolen grill
  • kamenný gril m onbezield - stenen grill
  • plynový gril m onbezield - gasgrill
  • zahradní gril m onbezield - tuingrill

Meer informatie

Verwijzingen