gril

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: grill

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gril
enkelvoud meervoud
naamwoord gril grillen
verkleinwoord grilletje grilletjes

Zelfstandig naamwoord

gril

  1. m een onwillekeurige rilling, vooral veroorzaakt door afschuw
    Ze kon bij die aanblik haar grillen nauwelijks de baas blijven.
  2. v/m onredelijk en willekeurig gedrag
    Ik heb genoeg van je grillen en kuren.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen