bevlieging

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·vlie·ging
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bevliegen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bevlieging bevliegingen
verkleinwoord bevlieginkje bevlieginkjes

Zelfstandig naamwoord

bevlieging v

  1. een zomaar opkomende lust, gril, hype
    • Hij kreeg plotseling een bevlieging. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.