grill

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: gril

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grill
enkelvoud meervoud
naamwoord grill grills
verkleinwoord grillletje grillletjes

Zelfstandig naamwoord

grill m

  1. (huishouden) toestel om vlees door stralende warmte te roosteren voorzien van een braadrooster
    Zout het vlees vlak voordat je het op de grill legt.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

vervoeging
onbepaalde wijs to grill
he/she/it grills
verleden tijd grilled
voltooid
deelwoord
grilled
onvoltooid
deelwoord
grilling
gebiedende wijs grill

Werkwoord

grill

  1. roosteren
  2. overdrachtelijk: iemand onderwerpen aan een grondige ondervraging, doorzagen
    «He was grilled by the commission.»
    Hij werd door de commissie goed doorgezaagd.

Zelfstandig naamwoord

grill

  1. rooster
    «Cook on the grill»
    Op het rooster klaarmaken.