grillen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gril·len
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van grill met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
grillen
grilde
gegrild
zwak -d volledig

Werkwoord

grillen [1] [2]

  1. overgankelijk, (kookkunst) bruinen en braden op een open rooster (grill) boven een warmtebron
    • Gebruik bij het grillen van vlees, gevogelte en vis altijd een druipschaal om uitlopend vet en vleessappen op te vangen. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

grillen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gril

Verwijzingen