gooien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gooi·en
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘werpen’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • Afkomstig van het Middelnederlandse goyen. [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gooien
gooide
gegooid
zwak -d volledig

Werkwoord

gooien [3]

  1. overgankelijk het door de lucht verplaatsen van een voorwerp, al dan niet naar een doelwit
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen