overhoopgooien
Uiterlijk
- over·hoop·gooi·en
- samenstelling van overhoop en gooien
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| overhoopgooien |
gooide overhoop |
overhoopgegooid |
| zwak -d | volledig | |
overhoopgooien
- overgankelijk op heftige wijze voorwerpen door elkaar smijten
- Zij gooide al haar spullen overhoop en ging op de bank zitten janken.
1. op heftige wijze voorwerpen door elkaar smijten
- Het woord overhoopgooien staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 14
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal