omgooien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·gooi·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omgooien
gooide om
omgegooid
zwak -d volledig

Werkwoord

omgooien

  1. omduwen, iets van een een vertikale naar een horizontale positie duwen
    De jongen gooide de vaas met bloemen per ongeluk om.
  2. plotseling (de volgorde van handelingen) veranderen
    Door de grote ramp werd het uitzendprogramma helemaal omgegooid