weggooien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weg·gooi·en
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
weggooien
gooide weg
weggegooid
zwak -d volledig

Werkwoord

weggooien

  1. overgankelijk iets met de hand in beweging brengen zodat het zich snel vrij door de lucht verwijdert
    • Je kunt simpelweg een bal weggooien en terug laten brengen door je hond. [1]
    • Ook tilde hij biervaten op en wedde met een anderen bezoeker wie ze 't verste kon weggooien; [2]
  2. overgankelijk zich van iets ontdoen
    • Kun je die dozen even voor me weggooien? 
  3. (figuurlijk)overgankelijk iets waardevols door eigen toedoen verliezen
    • We vinden het afgrijselijk dat jongeren hun toekomst weggooien. [3]
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
Spreekwoorden
  • Men moet oude schoenen niet weggooien, voordat men nieuwe heeft.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen