goal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘doel(punt)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1903 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord goal goals
verkleinwoord goaltje goaltjes

Zelfstandig naamwoord

goal m

  1. (sport) doel
  2. (sport) doelpunt
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • goal
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

goal monbezield

  1. (sport)(verouderd) doelpunt, goal
Verbuiging
Schrijfwijzen
Synoniemen

Verwijzingen