gelieven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·lie·ven
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘lief zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901 [1]
  • afgeleid van lieven met het voorvoegsel ge- [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gelieven
geliefde
geliefd
zwak -d volledig

Werkwoord

gelieven

  1. onpersoonlijk aangenaam voorkomen, plezier doen
    • Het geliefde hem niet daaraan mee te doen. 
Verwante begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - gelieven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

gelieven mv

  1. (formeel) paar die elkaar beminnen


Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
69 % van de Vlamingen.

Verwijzingen