gedachte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·dach·te
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het nadenken, idee’ voor het eerst aangetroffen in 901.[1]
  • (erfwoord): Middelnederlands ghedachte, ghedochte, aanpassing van ghedacht, ghedocht, uit Oudnederlands gethāht, ontwikkeld uit West-Germaans *gi-þāh-ti, verbaalabstractum met Primärberührung bij *þankjan- ‘denken’.[2] Evenzo afgeleid zijn Nederduits (vero.) Gedacht, Oudhoogduits gidāht en Oudengels ġeþōht (waaruit Engels thought).
enkelvoud meervoud
naamwoord gedachte gedachtes
gedachten
verkleinwoord gedachtetje gedachtetjes

Zelfstandig naamwoord

gedachte v

  1. hetgeen wat men denkt
    • Soms heb ik het gevoel dat ik een gedachte van mijn beste vriendin kan lezen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Gedachten zijn tolvrij
iedereen mag vrij denken wat diegene wil
  • De wens is de vader van de gedachte
je gelooft iets, omdat je wil dat het zo is
  • Op twee gedachten hinken
geen beslissing kunnen nemen tussen oplossingen
  • Twee zielen, één gedachte
twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben
  • Van gedachte / gedachten wisselen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: denken…
verbogen vorm: gedachtee

gedachte

  1. verbogen vorm van gedacht, voltooid deelwoord van denken
vervoeging van: gedenken…
verbogen vorm: gedachtee

gedachte

  1. verbogen vorm van gedacht, voltooid deelwoord van gedenken

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen