bevalling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·val·ling
Woordherkomst en -opbouw
  • Naamwoord van handeling van bevallen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord bevalling bevallingen
verkleinwoord bevallinkje bevallinkjes

Zelfstandig naamwoord

bevalling v

  1. het baren van een kind
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen