nageboorte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

verwijderen van de nageboorte
de nageboorte
Uitspraak
Woordafbreking
  • na·ge·boor·te
Woordherkomst en -opbouw
  • [2][3] Leenvertaling van Duits Nachburt, Nachgeburt, aangetroffen sinds 1608, oorspronkelijk in de betekenis van secundinae of chorion, de “vlies die het kind in de baarmoeder hult” [1] [2] [3], later uitgebreid tot het geheel van de moederkoek, vliezen en navelstreng dat met de geboorte van de baby naar buiten komt.
  • samenstelling van  na vz  en  geboorte zn . [4]
enkelvoud meervoud
naamwoord nageboorte nageboortes
nageboorten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nageboorte v

  1. (religie) (verouderd) de generatie die later ter wereld is gekomen, het nageslacht
     Aengaende de tedere ende wellustige [vrouwe] onder u, die niet versocht en heeft hare voetsole op de aerde te setten, om dat sy haer wellustich ende teder hielde; haer ooge sal quaet zijn tegen den man hares schoots, ende tegen haren sone, ende tegens hare dochter;
    57. Ende dat om hare nageboorte, die van tusschen hare voeten uytgegaen sal zijn, ende om hare sonen, die sy gebaert sal hebben; want sy salse eten in ’t verborgen, vermits gebreck van alles: inde belegeringe, ende inde benauwinge, daer mede uwe vyant u sal benauwen in uwe poorten.
    [5]
  2. (anatomie) (verouderd) embryonale vlies, chorion
  3. (anatomie) de moederkoek, navelstreng en vliezen die het lichaam van de moeder verlaten nadat de baby is geboren
    • Waarom offeren Nederlanders voor mooi weer worst en Vlamingen eieren? En wat deden boeren zoal met de nageboorte van een paard? De kaartencollectie van het Meertens Instituut laat het zien. [6] 
    • In de spetterende regen banjert Ingrid op haar klompen door de plassen op het erf, waar de nageboorte van het nieuwe kalfje nog ligt. Ze schuilt onder een druipend afdakje en tuurt over de glooiende weide. Zo ver je kunt zien, rijkt het boerenland van Johan. "Mooi hè." [7] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[8]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. R. Dodonaeus “Cruydt-Boeck van R. Dodonaeus, volgens sijne laetste verbeteringe” (1608), Leiden, p. 182 b
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Henry Hexham “Het groot woorden-boeck: gestelt in 't Nederduytsch, ende in 't Engelsch” (1648), Arnout Leers, Rotterdam, p. 325 op dbnl.org op Wikipedia
  4. nageboorte op website: Etymologiebank.nl
  5. Bronlink Weblink bron Het xxviij. Capittel. (1637) in: Nicoline van der Sijs (ed.) Biblia, dat is: De gantsche H. Schrifture, vervattende alle de canonijcke Boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments (= Statenvertaling) (2008), Instituut voor Nederlandse Lexicologie, Leiden
  6. de Standaard 10 MAART 2014 Hilde Van den Eynde
  7. Tubantia 30-08-2016
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be