geboortebeperking

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·boor·te·be·per·king
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord geboortebeperking geboortebeperkingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

geboortebeperking v

  1. de vermindering van het aantal geboortes
    • Bij een toenemende welvaart is er een steeds grotere behoefte aan geboortebeperking. 
    • De pil is een van de meest gebruikte vormen van geboortebeperking. 
    • De Nederlandse regering zou in haar beleid, en vooral in de ontwikkelingssamenwerking, alles moeten inzetten op geboortebeperking overal ter wereld. Door het gratis verstrekken van voorbehoedsmiddelen, bijvoorbeeld, en hulp bij andere vormen van gezinsplanning. En door geen duimbreed toe te geven bij de verdediging van vrouwen- en homorechten. Wie een gidsland wil zijn, moet niet bang zijn om te gidsen. [1] 
    • Kamerlid Wybren van Haga van de VVD wist eind november de aandacht van bijna de gehele media op zich te vestigen met een voorstel geld vrij te maken voor geboortebeperking in Afrika, omdat dat ‘meer rendement oplevert dan investeren in honger of onderwijs’. [2] 
Synoniemen
  1. anticonceptie, geboorteplanning, gezinsplanning

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen