gate

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gate
Woordherkomst en -opbouw
  • van het Engelse gate
enkelvoud meervoud
naamwoord gate gates
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gate m

  1. toegangspoortje
    • Bij de uitgang van een winkel of bibliotheek is een gate die controleert op diefstal. 
    • Bij de gate van een vliegveld worden je ticket en je paspoort gecontroleerd. 


Gangbaarheid


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

gate mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gat


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
gate gates

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. poort


Middelengels

Uitspraak
  • IPA: /ɡaːt/, /ɡat/, /jɛt/, /jat/, /jaːt/
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. poort
  2. poortje
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoordse gata

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. weg, straat, pad


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord gata.
Naar frequentie 3418
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gate     m: gaten
v: gata  
  gater     gatene  
genitief   gates     m: gatens
v: gatas  
  gaters     gatenes  

Zelfstandig naamwoord

gate, m / v

  1. straat
  2. sleuf


Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord gata.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gate     gata     gater     gatene  

Zelfstandig naamwoord

gate, v

  1. straat
  2. sleuf
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Schots

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoordse gata

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. straat, weg, pad


Tsjechisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

gate monbezield

  1. (elektronica) gate
Verbuiging
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie