gate

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gate
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gate gates
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

gate m

  1. (luchtvaart) doorgang op een luchthaven waar de reizigers voor een vertrekkende vlucht het terminalgebouw verlaten of dat na een inkomende vlucht betreden
    Bij vertrek is gaat de luchtvaartmaatschappij hier na of de reisdocumenten in orde zijn.
    • Bij de gate van een vliegveld worden je ticket en je paspoort gecontroleerd. 
     Luchthavens blijken vaak groter dan gedacht. Zelfs als je goed ter been bent, kan het nog steeds spannend zijn om op tijd bij de gate te komen.[1]
     Een massale zucht ging door de cabine toen de piloot omriep dat de gate nog niet vrij was omdat we vanwege wind mee te vroeg waren geland.[2]
  2. (figuurlijk) plaats waar mensen die binnenkomen of weggaan worden gecontroleerd op zaken die ze niet bij zich mogen hebben
    • Bij de uitgang van een winkel of bibliotheek is een gate die controleert op diefstal. 
     Hij moet me uitleggen wat dat betekent: de gate gaat live. Door het raam wijst hij op de nieuwe scanpoorten die de containertrucks passeren voordat zij de openbare weg bereiken. De wagen, chauffeur en lading: alles wordt gecheckt.[3]
Hyponiemen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. “ op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron Ellen Deckwitz “Baby” (10 juli 2018) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 januari 2022 Weblink bron Frank van Dijl “Hij bestáát: de Prins Willem- Alexanderhaven” (25 april 2019) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

gate mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gat


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
gate gates

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. poort


Middelengels

Uitspraak
  • IPA: /ɡaːt/, /ɡat/, /jɛt/, /jat/, /jaːt/
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. poort
  2. poortje
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoordse gata

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. weg, straat, pad


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord gata.
Naar frequentie 3418
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gate     m: gaten
v: gata  
  gater     gatene  
genitief   gates     m: gatens
v: gatas  
  gaters     gatenes  

Zelfstandig naamwoord

gate, m / v

  1. straat
  2. sleuf
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ga·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse naamwoord gata.
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   gate     gata     gater     gatene  

Zelfstandig naamwoord

gate, v

  1. straat
  2. sleuf
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Schots

Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Oudnoordse gata

Zelfstandig naamwoord

gate

  1. straat, weg, pad


Tsjechisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels

Zelfstandig naamwoord

gate monbezield

  1. (elektronica) gate
Verbuiging
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie