formule

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·mu·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord formule formules
verkleinwoord formuletje formuletjes

Zelfstandig naamwoord

formule v/m

  1. opzet, werkwijze, plan van aanpak
    • De winkelketen werkt volgens een vaste formule. 
    • De programmamaker is op zoek naar een nieuwe formule die het goed zal doen bij het publiek. 
  2. recept, te volgen stappen
    • Alchemisten waren op zoek naar de formule om van steen goud te maken. 
  3. (wiskunde) beschrijving van een wiskundige regel of vergelijking in symbolische notatie
    • De bekende formule a2 + b2 = c2 is onderdeel van de Stelling van Pythagoras. 
  4. (scheikunde) beschrijving van de bouw van een een molecuul in symbolische notatie
    • CH4 is de formule voor methaan. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
formular

formule

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van formular
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van formular
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van formular