ooit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ooit
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: ōit
Oudnederlands: *iota
Germaans: *ī́uį ‘altijd; ooit’ (waaruit onl. io, mnl. ie) + -ta
Indo-Europees: *h₂i̯éu-, accusatief van *h₂éi̯us
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: yet ‘nog’ (Oudengels: gīet(a), gȳta), Fries: jit ‘nog’ (Oudfries: ieta), Duits: jetzt ‘nu’ (Middelhoogduits: ieze)

Bijwoord

ooit

  1. op een zeker tijdstip in het verleden
    • Ooit was Flevoland de bodem van de zee. 
  2. een mogelijk tijdstip in de toekomst
    • Zal het ooit vrede worden? 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.