duidelijkheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dui·de·lijk·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord duidelijkheid duidelijkheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

duidelijkheid v

  1. het evident en vanzelfsprekend zijn
  2. het goed waarneembaar zijn
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.