droevig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

droevige moeder met haar dode zoon op haar schoot
Uitspraak
Woordafbreking
  • droe·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen droevig droeviger droevigst
verbogen droevige droevigere droevigste
partitief droevigs droevigers -

Bijvoeglijk naamwoord

droevig

  1. verdriet hebbend
    • De arts troostte de droevige familie na het overlijden van het jonge kind. 
  2. verdrietig gevoel veroorzakend
    • Ik moet altijd huilen bij droevige films. 
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl