droevig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

droevige moeder met haar dode zoon op haar schoot
Uitspraak
Woordafbreking
  • droe·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen droevig droeviger droevigst
verbogen droevige droevigere droevigste
partitief droevigs droevigers -

Bijvoeglijk naamwoord

droevig

  1. verdriet hebbend
    De arts troostte de droevige familie na het overlijden van het jonge kind.
  2. verdrietig gevoel veroorzakend
    Ik moet altijd huilen bij droevige films.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl