Naar inhoud springen

treurig

Uit WikiWoordenboek
  • treu·rig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen treurigtreurigertreurigst
verbogen treurigetreurigeretreurigste
partitief treurigstreurigers-

treurig

  1. waardig beklaagd te worden
    • Dit was een ronduit treurige voorstelling van dit prachtige toneelstuk. 
  2. vol treurnis
    • Er heerste een treurige stemming. 
    • Macht, geld, wraak, maar ook het blind opvolgen van bevelen en brute opdrachten: de drijfveren van daders zijn veelal even triviaal als treurig.[1] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]