Naar inhoud springen

treurig

Uit WikiWoordenboek
  • treu·rig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen treurigtreurigertreurigst
verbogen treurigetreurigeretreurigste
partitief treurigstreurigers-

treurig

  1. waardig beklaagd te worden
    • Dit was een ronduit treurige voorstelling van dit prachtige toneelstuk. 
     Daar loopt ze graag met een glas bier en iets lekkers in haar handen rond, omringd door treurig uitziende vogels en schepsels met heel bijzondere vormen en afmetingen, afkomstig uit Amerika en India, en eerder halfdood dan levend wanneer ze worden tentoongesteld.[1]
  2. vol treurnis
    • Er heerste een treurige stemming. 
     Ze wil niet dat haar vader naar het versleten kleed staart of dat Cornelia, haar oude verzorgster, treurig naar de poffertjes kijkt die ze de hele nacht heeft geperfectioneerd.[1]
    • Macht, geld, wraak, maar ook het blind opvolgen van bevelen en brute opdrachten: de drijfveren van daders zijn veelal even triviaal als treurig.[2] 
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. www.parool.nl (25 dec 2025)
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be