droef

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • droef
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen droef droever droefst
verbogen droeve droevere droefste
partitief droefs droevers -

Bijvoeglijk naamwoord

droef

  1. treurig stemmend, verdrietig makend
    • Hij had zojuist het droeve nieuws van haar overlijden vernomen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl


West-Vlaams

Bijvoeglijk naamwoord

droef

  1. stout