incompleet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·com·pleet
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van compleet met het ontkennend voorvoegsel in-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen incompleet incompleter incompleetst
verbogen incomplete incompletere incompleetste
partitief incompleets incompleters -

Bijvoeglijk naamwoord

incompleet

  1. niet volledig
    • De incomplete puzzel werd weggegooid. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.