commanderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·man·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
commanderen
commandeerde
gecommandeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

commanderen (overgankelijk)

  1. het bevel voeren over
  2. bevelen, gebieden
    commanderen bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl