commandant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·man·dant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commandant commandanten
verkleinwoord commandantje commandantjes

Zelfstandig naamwoord

commandant m [2]

  1. (militair) iemand die commandeert (het commando heeft over een leger of vloot)
    De commandant gaf het sein om de aanval te beginnen.
  2. iemand die de leider is van een groep politieagenten of brandweerlieden
    De commandant gaf het sein brand meester!
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Frans

Werkwoord

commandant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van commander