commandant

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·man·dant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord commandant commandanten
verkleinwoord commandantje commandantjes

Zelfstandig naamwoord

commandant m [2]

  1. (militair) iemand die commandeert (het commando heeft over een leger of vloot)
    • De commandant gaf het sein om de aanval te beginnen. 
  2. iemand die de leider is van een groep politieagenten of brandweerlieden
    • De commandant gaf het sein brand meester! 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

commandant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van commander