mandar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·dar

Werkwoord

mandar

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mandar
mandaba
mandado
volledig
  1. (onovergankelijk) bevelen, commanderen, de leiding hebben
  2. (overgankelijk) opdragen, bevelen, gelasten
  3. sturen
Synoniemen