veilig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vei·lig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen veilig veiliger veiligst
verbogen veilige veiligere veiligste

Bijvoeglijk naamwoord

veilig

  1. niet aan gevaar blootstaand
    Na een spannende reis was hij thuis weer in een veilige omgeving.
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • veilig en lekker gemakkelijk
Vertalingen