cirkel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
cirkel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cirkel cirkels
verkleinwoord cirkeltje cirkeltjes

Zelfstandig naamwoord

cirkel m

  1. (wiskunde) een reeks van punten in een tweedimensionaal vlak die alle even ver van het middelpunt verwijderd zijn
    Iedereen kent de V-vorm waarin ganzen langs de hemel vliegen. Maar diezelfde vogels kunnen ook vliegen in een volmaakte cirkel, de ‘ganzencirkel’.[2]
  2. groep van mensen die bij elkaar horen rond een centraal persoon
    De verhalen gaan over hoe de cirkel rondom Vladimir Poetin geld weg sluist.[3]
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • vicieuze cirkel
een zichzelf versterkend proces waarbij het gevolg ook weer de oorzaak van een verandering in dezelfde richting is
  • dan is de cirkel weer rond
dan is het werk gedaan
Vanaf deze week is Im Labyrinth des Schweigens in de Nederlandse bioscopen te zien, over het grote Auschwitzproces van 1963. „Een keerpunt in de geschiedenis”, aldus de Duits-Italiaanse acteur Giulio Ricciarelli (1965) die met de film zijn regiedebuut maakt. Aan de telefoon vertelt hij dat voor zijn gevoel de cirkel nu rond is: „Door dit proces werd het grote zwijgen over de Holocaust in Duitsland doorbroken. Een hele generatie was opgegroeid in onwetendheid.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
cirkelen

cirkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
    Ik cirkel.
  2. gebiedende wijs van cirkelen
    Cirkel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van cirkelen
    Cirkel je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Kester Freriks 16 februari 2016 NRC
  3. Melle Garschagen 4 april 2016 NRC
  4. Dana Linssen 29 april 2015 NRC


Deens

Zelfstandig naamwoord

cirkel

  1. (wiskunde) cirkel


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

cirkel

  1. (wiskunde) cirkel