breedtecirkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • breed·te·cir·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord breedtecirkel breedtecirkels
verkleinwoord breedtecirkeltje breedtecirkeltjes

Zelfstandig naamwoord

breedtecirkel m

  1. (astronomie)(aardrijkskunde) een cirkel op het aardoppervlak, parallel aan de evenaar, waarop alle punten met gelijke geografische breedte (noord of zuid) liggen
    • Utrecht ligt op de breedtecirkel van 52 graden noorderbreedte. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie