cirkelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·ke·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van cirkel met het achtervoegsel -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
cirkelen
cirkelde
gecirkeld
zwak -d volledig

Werkwoord

cirkelen

  1. (inergatief) in cirkels ronddraaien of rondvliegen
    De vlieg 'irkelde om de kaars heen.
    De fotografen cirkelden rond de filmster heen.
Verwante begrippen
Vertalingen