borstel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·stel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borstel borstels
verkleinwoord borsteltje borsteltjes

Zelfstandig naamwoord

borstel m

  1. (gereedschap) een gebruiksvoorwerp bestaande uit een bundel of bundels haren of vezels die in een houder of aan een blad van hout of een andere stof zijn vastgehecht
    • Kun je me die borstel even aanreiken? 
  2. (huishouden) grove kwast of op een bezem gelijkend gereedschap
  3. (België) verfkwast
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
borstelen

borstel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    • Ik borstel. 
  2. gebiedende wijs van borstelen
    • Borstel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    • Borstel je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen