borstelig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·ste·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen borstelig borsteliger borsteligst
verbogen borstelige borsteligere borsteligste
partitief borsteligs borsteligers -

Bijvoeglijk naamwoord

borstelig [1]

  1. ruigharig, ruwharig net zo als een borstel
    • De president van Turkije deed hem verdacht veel denken aan zeker dictatoriaal persoon met borstelig snorretje die in 1933 in Duitsland aan de macht kwam 
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen