borstelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·ste·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
borstelen
borstelde
geborsteld
zwak -d volledig

Werkwoord

borstelen

  1. overgankelijk schoonmaken met behulp van een borstel
    • De hond moet nog geborsteld worden. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie