boodschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boodschap boodschappen
verkleinwoord boodschapje boodschapjes

Zelfstandig naamwoord

boodschap v

  1. overgebracht bericht
    Hartverscheurend en zielsnijdend is ‘Vurdular Bizi’, vertaald als They Shot Us. Het nummer opent met een geluidsfragment van de vredesdemonstratie van 10 oktober 2015 in Ankara. De menigte zingt een vredelievende boodschap die wordt overstemd door explosies die 102 mensen het leven zouden kosten.[1]
  2. vooral mv. inkopen van met name levensmiddelen
    In september begint Picnic met het gratis bezorgen van boodschappen. Slechts 1,5 procent van de levensmiddelen wordt nu online gekocht. Maar ook andere supermarkten werken aan hun bezorgbeleid.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De juiste boodschap
  • Geen boodschap hebben aan
Niets te maken willen hebben met.
  • Die kun je wel om een boodschap sturen
Die is bijdehand.
  • Een kleine/grote boodschap doen
Op het toilet een plasje/hoopje doen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
boodschappen

boodschap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boodschappen
    Ik boodschap.
  2. gebiedende wijs van boodschappen
    Boodschap!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boodschappen
    Boodschap je?

Meer informatie

  • Leendert van der Valk NRC 12 april 2016
  • Barbara Rijlaarsdam NRC 6 augustus 2015