boodschappen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bood·schap·pen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

boodschappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boodschap
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boodschappen
boodschapte
geboodschapt
zwak -t volledig

Werkwoord

boodschappen

  1. (overgankelijk), (verouderd) door middel van een boodschap overbrengen
    Helaas, zij vermoedde niet, deze vrouw, dat het biljet hetwelk de overwinning boodschapte, in later tijd een doodvonnis zou blijken te zijn![1]
Synoniemen
Verwijzingen
  1. Bungener, F. Lincoln: zijn leven, werk, en dood (1866)