bezuinigen
Uiterlijk
- Geluid: bezuinigen (hulp, bestand)
- IPA: /bə'zʌʏniɣə(n)/
- be·zui·ni·gen
- Afgeleid van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord zuinig (spaarzaam) met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bezuinigen /bə'zʌʏniɣə(n)/ |
bezuinigde /bə'zʌʏniɣdə/ |
bezuinigd /bə'zʌʏnixt/ |
| zwak -d | volledig | |
bezuinigen [1]
- overgankelijk (economie) door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
- U kunt thuis veel energie bezuinigen.
- De overheid kan meer belastingen heffen, meer bezuinigen, meer schulden maken of meer geld scheppen om de extra kosten te betalen.
- ▸ Tentamenweek of niet, studenten, promovendi en andere medewerkers van de afdeling Aardwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam voeren vandaag actie. Ze proberen het voorgenomen besluit om hun studie en banen weg te bezuinigen tegen te houden. En niet alleen zij maken zich zorgen: ook het werkveld luidt de noodklok. Een petitie tegen het plan is al meer dan 8000 keer getekend.[2]
- bezuinigen op
- bezuinigen op de loonkosten
- drastisch bezuinigen
- fors bezuinigen
- op de uitgaven bezuinigen
- op het budget bezuinigen
- we moeten wat bezuinigen
1. door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen
bezuinigen op
|
bezuinigen op de loonkosten
|
drastisch bezuinigen
|
fors bezuinigen
|
op de uitgaven bezuinigen
|
op het budget bezuinigen
|
we moeten wat bezuinigen
|
- Het woord bezuinigen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bezuinigen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron Sven Schaap“Werkveld luidt noodklok op actiedag tegen verdwijnen aardwetenschappen VU” (6 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voorvoegsel be- in het Nederlands
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Onscheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Economie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %